De term heeft
betrekking op de pathologische veranderingen in de darm : het betreft hier
specifiek de ontsteking van het laatste deel van de dunne darm (ileum). De
chronische en acute vorm van de ziekte worden respectievelijk
gekarakteriseerd door diarree en plotselinge sterfte.
1. Klinische vorm, acuut en chronisch
De
klinische verschijnselen van ileïtis kunnen worden onderverdeeld in een
acute en in een chronische vorm. De acute vorm laat een
duidelijk ziektebeeld zien zoals bloederige diarree en sterfte.
Deze kunnen zeer plotseling optreden en nemen binnen 2 tot 14 dagen ook
weer af.
De chronische verschijnselen daarentegen, ontwikkelen zich langzaam
en de symptomen blijven meerdere weken aanhouden.
> Acute ileïtis
treedt vooral op bij gelten en oudere vleesvarkens op een leeftijd van 3
tot 12 maanden.
> De chronische
vorm ontwikkelt zich daarentegen vooral bij biggen en vleesvarkens met een
leeftijd van 6 tot 20 weken.
2. Subklinische vorm - het onderschatte probleem
De meest voorkomende vorm van ileïtis is de
subklinische infectie. Hierbij treden geen zichtbare symptomen
op zoals diarree of sterfte. De karakteriserende kenmerken voor een
subklinische ileïtis zijn verminderde groei gecombineerd met een
stijgend voederverbruik en toegenomen variatie in de
slachtgewichten. Dit heeft grote economische schade tot gevolg.
Gezonde varkens zonder ileïtis kunnen daarentegen hun genetisch potentieel
beter benutten. Ze realiseren daardoor een hogere productie als
vleesvarken met een lagere gewichtsvariatie binnen een leeftijdsgroep.
Subklinische ileïtis gaat door een varkensstal zonder zichtbare
symptomen en blijft zelfs voor het vakkundige oog vaak onopgemerkt.
Een kenmerkend symptoom is een toename in gewichtsvariatie binnen
de leeftijdsgroepen tijdens de laatste productiefase. |